Stalen aardingslug op gegalvaniseerd metaaloppervlak met vastgeboute koperen aardingskabel in industriële werkplaats.

Hoe meet je of een aarding correct is aangesloten?

Donna Plomp ·

Een aarding is een van de meest fundamentele veiligheidsmaatregelen in elke elektrische installatie, maar toch gaat er in de praktijk regelmatig iets mis bij de aanleg of controle ervan. Of je nu werkt in een industriële omgeving, een productiefaciliteit beheert of verantwoordelijk bent voor het onderhoud van elektrische systemen: weten hoe je een aarding correct meet en controleert, beschermt mensen, machines en de continuïteit van je bedrijfsvoering. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over aardingscontrole, van de basisprincipes tot de meest gemaakte fouten.

Wat is een aarding en waarom is het zo belangrijk?

Een aarding is een elektrische verbinding tussen een installatie of apparaat en de aarde, die ervoor zorgt dat gevaarlijke spanningen veilig worden afgevoerd. Bij een fout in de installatie, zoals een beschadigde isolatie, leidt de aarding de stroom weg van personen en gevoelige apparatuur naar de grond, waardoor de stroomonderbreker kan uitschakelen.

Zonder een goed functionerende aarding blijft een foutspanning op metalen behuizingen of constructies staan. Wie die behuizing aanraakt, vormt zelf de weg naar de aarde en loopt gevaar op een elektrische schok. In industriële omgevingen, waar machines continu in gebruik zijn en medewerkers regelmatig in contact komen met apparatuur, is dit risico bijzonder groot.

Een aardnok speelt hierbij een concrete rol: dit is het verbindingspunt waarop de aardingsgeleider wordt bevestigd aan een constructie of apparaat. Een correct geplaatste en bevestigde aardnok zorgt voor een betrouwbare, laagresistieve verbinding. Zit de aardnok los, is de verbinding gecorrodeerd of ontbreekt hij, dan verliest de gehele aardingsinstallatie zijn beschermende werking.

Hoe meet je de weerstand van een aardingsinstallatie?

Je meet de weerstand van een aardingsinstallatie met een gespecialiseerde aardweerstandsmeter. De meting toont hoe goed de elektrische verbinding met de aarde is: hoe lager de gemeten weerstand, hoe effectiever de aarding. Een waarde onder de 10 ohm geldt in de meeste industriële toepassingen als acceptabel, maar strengere normen eisen soms waarden onder 1 ohm.

De meest gebruikte methode voor de meting is de driepolige val-van-potentiaal methode. Hierbij steek je twee extra meetpennen op bepaalde afstanden van de aardelectrode in de grond en meet je de spanningsval tussen de pennen. Dit geeft een nauwkeurig beeld van de werkelijke aardweerstand.

Praktische stappen voor de meting:

  1. Ontkoppel de aardingsgeleider tijdelijk van de installatie om te voorkomen dat parallelle aardpaden de meting verstoren.
  2. Sluit de aardweerstandsmeter aan op de aardelectrode en de twee meetpennen.
  3. Voer de meting uit en noteer de gemeten waarde in ohm.
  4. Vergelijk de uitkomst met de geldende norm voor jouw installatietype.
  5. Herstel de verbinding en documenteer het resultaat met datum en meetomstandigheden.

Let op: de bodemgesteldheid beïnvloedt de meetuitkomst. Droge of bevroren grond geeft hogere weerstandswaarden. Meet bij voorkeur onder normale omstandigheden en herhaal de meting bij twijfel in een andere periode.

Welke meetmethoden bestaan er voor aardingscontrole?

Er bestaan drie gangbare meetmethoden voor aardingscontrole: de val-van-potentiaal methode, de stroomklemmetmethode en de selectieve aardingsmeting. De keuze hangt af van de situatie ter plaatse, de beschikbare apparatuur en de gewenste nauwkeurigheid.

  • Val-van-potentiaal methode: De meest nauwkeurige methode, geschikt voor enkelvoudige aardelectroden. Vereist ruimte om meetpennen in de grond te plaatsen op afstand van de elektrode.
  • Stroomklemmetmethode: Meet zonder de aardingsgeleider los te koppelen. Handig bij installaties die niet onderbroken mogen worden, maar minder nauwkeurig bij complexe aardingsnetten.
  • Selectieve aardingsmeting: Combineert beide voorgaande methoden en maakt het mogelijk om individuele aardelectroden te meten binnen een uitgebreid aardingsnet. Wordt vaak toegepast in grote industriële installaties.

Voor de controle van de aardnokverbinding zelf gebruik je een laagohmmeter of een continuïteitstester. Hiermee controleer je of de verbinding tussen de aardnok en de constructie een verwaarloosbare weerstand heeft. Een verhoogde weerstand op dit punt duidt op corrosie, een losse verbinding of een beschadigde aardingsgeleider.

Wat zijn de tekenen van een slechte of onjuiste aarding?

Een slechte of onjuiste aarding herken je aan een combinatie van elektrische storingen, onverklaarbare spanningsverschillen en zichtbare schade aan verbindingspunten. De meest voorkomende signalen zijn: stroomonderbrekers die zonder duidelijke oorzaak uitschakelen, apparatuur die storingsgevoelig is of onregelmatig werkt, en een licht tintelend gevoel bij aanraking van metalen behuizingen.

Andere concrete tekenen zijn:

  • Zichtbare corrosie of oxidatie op de aardnok of de aardingsgeleider
  • Een losse of mechanisch beschadigde bevestiging van de aardnok aan de constructie
  • Brandsporen of verkleuringen rondom verbindingspunten
  • Hoge gemeten weerstandswaarden bij periodieke controle
  • Aanhoudende elektromagnetische storingen in meet- en regelapparatuur

In industriële omgevingen met trillingen, hoge temperaturen of agressieve stoffen verslechtert een aardverbinding sneller dan in een kantooromgeving. Regelmatige visuele inspectie van verbindingspunten is daarom een nuttige aanvulling op periodieke weerstandsmetingen.

Hoe vaak moet een aardingsinstallatie worden gecontroleerd?

Een aardingsinstallatie moet minimaal eens per jaar visueel worden geïnspecteerd en eens per drie tot vijf jaar volledig worden doorgemeten. In zware industriële omgevingen, of wanneer er wijzigingen aan de installatie zijn aangebracht, is een hogere controlefrequentie verstandig. Na incidenten zoals blikseminslag of een kortsluiting voer je altijd direct een meting uit.

De NEN 1010-norm, die van toepassing is op elektrische laagspanningsinstallaties in Nederland, schrijft voor dat aardingsinstallaties periodiek worden gecontroleerd. De exacte frequentie hangt af van het type installatie en de omgevingscondities. Voor industriële omgevingen met hogere risicoprofielen geldt in de praktijk een kortere inspectiecyclus dan voor standaard gebouwinstallaties.

Stel een onderhoudsschema op met de volgende onderdelen:

  • Jaarlijkse visuele inspectie van alle aardnokken, verbindingen en geleiders
  • Driejaarlijkse weerstandsmeting van het volledige aardingssysteem
  • Directe meting na elke wijziging of uitbreiding van de installatie
  • Documentatie van elke meting met datum, uitkomst en naam van de uitvoerder

Welke fouten worden het vaakst gemaakt bij het aansluiten van een aarding?

De meest gemaakte fouten bij het aansluiten van een aarding zijn: het gebruik van een te dunne aardingsgeleider, een slechte mechanische verbinding van de aardnok, het overslaan van oppervlaktebehandeling op het bevestigingspunt, en het niet meten na afronding van de werkzaamheden. Elk van deze fouten kan de beschermende werking van de aarding volledig tenietdoen.

Een overzicht van veelvoorkomende fouten en hun gevolgen:

Fout Gevolg
Fout Gevolg
Te dunne aardingsgeleider Geleider smelt door bij hoge foutstromen
Corrosie op het bevestigingspunt van de aardnok Verhoogde contactweerstand, verminderde geleiding
Losse bevestiging van de aardnok Verbinding valt weg bij trillingen of mechanische belasting
Aardingsgeleider niet doorlopend verbonden Onderbreking in het aardingsnet, geen bescherming op dat punt
Geen eindmeting na aanleg Fouten blijven onopgemerkt totdat een incident optreedt
Aarding aangesloten op geverfd of gelakt oppervlak Isolerende laag verhoogt weerstand sterk

Een punt dat in de praktijk regelmatig misgaat, is de bevestiging van de aardnok op een behandeld oppervlak. Verf, zinklagen of andere coatings werken isolerend. Het bevestigingspunt moet altijd worden ontdaan van coating zodat er direct metaal-op-metaalcontact ontstaat. Gebruik daarna een beschermende afdichting rondom de verbinding om corrosie te voorkomen.

Hoe wij helpen met betrouwbare aardverbindingen in industriële installaties

Een correcte aarding begint bij de juiste materialen en verbindingsmiddelen. Slechte of ongeschikte componenten zijn een van de meest voorkomende oorzaken van een falende aardingsinstallatie, ongeacht hoe zorgvuldig de montage is uitgevoerd.

Vanuit ons assortiment industrial support-producten leveren wij de materialen die je nodig hebt voor een betrouwbare aardingsinfrastructuur in jouw installatie:

  • Unistrut-profielen voor het gestructureerd monteren en geleiden van aardingsgeleiders langs constructies
  • Pijpbeugels en buis- en stafmateriaal voor het vastzetten en doorgeven van aardingstrajecten
  • Marine ladderbanen voor kabelmanagement in omgevingen met hoge corrosiebelasting
  • Producten op maat, afgestemd op jouw specifieke installatie en omgevingseisen

We leveren snel en op de door jou gewenste locatie via onze eigen bezorgdienst. Bekijk ons assortiment in de online catalogus of vraag direct een vrijblijvende offerte aan. We denken graag met je mee over de juiste oplossing voor jouw project.

Gerelateerde artikelen

Deze inhoud is gegenereerd met behulp van AI en kan fouten bevatten.