Bij het aansluiten van een aardnok maken veel installateurs en monteurs fouten die achteraf voor problemen zorgen: te dunne kabels, verkeerd materiaal of een berekening die niet klopt. Een goede aardverbinding is geen detail, het is een fundamenteel onderdeel van een veilige elektrische installatie. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over de aardnok, zodat je precies weet wat je nodig hebt en hoe je het goed aansluit.
Wat is een aardnok en waarvoor wordt hij gebruikt?
Een aardnok is een bevestigingselement dat wordt gebruikt om een aardkabel mechanisch en elektrisch te verbinden met een metalen constructie, buis of frame. De nok zorgt voor een stabiel contactpunt tussen de aardgeleider en het geaarde object, zodat foutstromen veilig kunnen worden afgevoerd naar de aarde.
Aardnokken worden veel toegepast in industriële omgevingen, bij pijpleidingen, staalconstructies en installatietechniek. Ze maken deel uit van een groter aardingssysteem dat mensen en apparatuur beschermt tegen gevaarlijke spanningen. De nok wordt bevestigd aan de constructie, waarna de aardkabel via een kabelschoen of klem op de nok wordt aangesloten. Dit zorgt voor een betrouwbaar, duurzaam contactpunt dat bestand is tegen trillingen en mechanische belasting.
In industriële installaties zie je aardnokken onder andere terug op:
- Stalen frames en draagconstructies
- Pijpleidingen en pijpbeugels
- Kabelgoten en ladderbanen
- Schakelkasten en machinebedden
Welke kabeldikte is vereist bij een aardnok?
De minimale kabeldikte bij een aardnok is afhankelijk van de doorsnede van de voedingskabel en de geldende normen. Volgens de NEN 1010, de Nederlandse norm voor laagspanningsinstallaties, geldt als vuistregel: de aardgeleider moet minimaal de helft van de doorsnede van de fase-ader hebben, met een minimum van 6 mm² voor vaste installaties.
In de praktijk betekent dit het volgende:
- Fase-ader tot en met 16 mm²: aardgeleider minimaal gelijke doorsnede
- Fase-ader van 16 tot 35 mm²: aardgeleider minimaal 16 mm²
- Fase-ader groter dan 35 mm²: aardgeleider minimaal de helft van de doorsnede van de fase-ader
Voor industriële toepassingen waarbij grote foutstromen kunnen optreden, is het verstandig om een ruimere doorsnede te kiezen dan het wettelijke minimum. Een grotere kabeldikte verlaagt de impedantie van de aardlus, wat de beveiliging sneller laat reageren bij een fout.
Welk kabelmateriaal kies je voor een aardverbinding?
Voor een aardverbinding bij een aardnok gebruik je bij voorkeur koperen geleiders. Koper heeft een lage elektrische weerstand, is goed bewerkbaar en bestand tegen corrosie. In de meeste industriële installaties is koper de standaard keuze voor aardgeleiders.
Naast koper zijn er situaties waarbij andere materialen worden overwogen:
- Aluminium: Goedkoper en lichter dan koper, maar heeft een hogere weerstand en is gevoeliger voor corrosie op contactpunten. Aluminium aardgeleiders vereisen speciale klemmen en verbindingen om oxidatie te voorkomen.
- Staal (verzinkt): Wordt soms toegepast als hoofdaardeleider in grotere installaties, maar is minder geschikt voor flexibele verbindingen vanwege de hogere weerstand.
De kleur van de isolatie van een aardkabel is altijd geel-groen. Dit is wettelijk vastgelegd en hiervan mag niet worden afgeweken. Gebruik nooit een andere kabelkleur voor aardgeleiders, ook niet tijdelijk.
Let bij de keuze van het kabelmateriaal ook op de omgevingscondities. In vochtige of chemisch belastende omgevingen, zoals in de procesindustrie, kies je voor kabels met een extra beschermende mantel of gebruik je RVS-verbindingsmaterialen bij de aardnok zelf.
Hoe bereken je de juiste kabeldikte voor aarding?
De juiste kabeldikte voor aarding bereken je op basis van de maximale foutstroom, de uitschakelingstijd van de beveiliging en de thermische belastbaarheid van de geleider. De basisformule hiervoor is vastgelegd in de NEN 1010 en IEC 60364: de doorsnede moet groot genoeg zijn om de foutstroom gedurende de uitschakelingstijd te geleiden zonder onaanvaardbare opwarming.
In de praktijk verloopt de berekening stap voor stap:
- Bepaal de maximale foutstroom op het punt van de installatie. Dit hangt af van de netimpedantie en de vermogensschakelaar.
- Stel de uitschakelingstijd vast van de zekering of aardlekschakelaar. Kortere uitschakelingstijden staan hogere stromen toe bij een kleinere doorsnede.
- Pas de thermische formule toe: S = (I x √t) / k, waarbij S de doorsnede is in mm², I de foutstroom in ampère, t de uitschakelingstijd in seconden en k een materiaalconstante (voor koper: 115).
- Vergelijk de uitkomst met de minimumwaarden uit NEN 1010 en kies de grootste waarde.
Voor de meeste standaard industriële installaties levert deze berekening een aardgeleider op van 16 mm² of 25 mm². Bij twijfel of bij complexe installaties laat je de berekening uitvoeren door een gecertificeerd installateur of elektrotechnisch engineer.
Wat zijn veelgemaakte fouten bij het aansluiten van een aardnok?
De meest voorkomende fouten bij het aansluiten van een aardnok zijn het gebruik van een te dunne kabel, slechte mechanische verbindingen en het overslaan van de continuïteitstest na montage. Deze fouten ondermijnen de werking van het aardingssysteem en kunnen bij een fout leiden tot gevaarlijke situaties.
Hier zijn de meest gemaakte fouten op een rij:
- Te dunne aardkabel: Monteurs kiezen soms de goedkoopste of voorhanden kabel zonder de doorsnede te controleren. Dit leidt tot overbelasting bij een foutstroom.
- Slechte mechanische verbinding: Een losse of slecht aangedraaide aardnok heeft een hogere contactweerstand. Dit vertraagt de uitschakelingstijd en kan warmteontwikkeling veroorzaken.
- Verf of coating op het contactpunt: Als de aardnok wordt gemonteerd op een geverfd of gecoat oppervlak zonder dit eerst vrij te maken, ontstaat er een slechte elektrische verbinding. Zorg altijd voor blankmetaal contact.
- Geen kabelschoen gebruiken: Een aardkabel direct in de nok klemmen zonder kabelschoen geeft een onbetrouwbare verbinding die kan loslaten door trillingen.
- Geen continuïteitstest uitvoeren: Na montage moet je altijd de continuïteit van de aardlus meten. Zonder deze test weet je niet zeker of de verbinding elektrisch goed is.
- Verkeerde kabelkleur gebruiken: Dit is een veiligheidsprobleem en een overtreding van de NEN 1010. Gebruik altijd geel-groene isolatie voor aardgeleiders.
Een goede aardverbinding controleer je niet alleen visueel, maar ook met een meting. Een weerstandswaarde van minder dan 1 ohm voor de aardlus is in de meeste industriële toepassingen de norm.
Hoe wij je helpen bij industrial support en aardingsmaterialen
Bij Gohres leveren we de industrial support-producten die je nodig hebt voor betrouwbare aardverbindingen in industriële omgevingen. Of je nu werkt aan een nieuwe installatie of een bestaande constructie aanpast, wij hebben de materialen en de kennis om je snel te helpen.
Wat wij bieden:
- Uitgebreid assortiment aan Unistrut-profielen, pijpbeugels, ladderbanen en stafmateriaal
- Maatwerk voor specifieke toepassingen, inclusief aanpassingen op maat in afmeting en specificatie
- Eigen bezorgdienst die levert op de door jou gewenste datum en locatie
- Snelle levering volgens ons motto: vandaag bestellen, morgen leveren
Heb je vragen over de juiste materialen voor jouw aardingstoepassing of wil je een offerte aanvragen? Neem dan direct contact met ons op of vraag vrijblijvend een offerte aan via onze website.